Gelegen langs de Mareweg vinden we in Meetkerke de Marewegkapel.
Het is een witgeschilderde neogotische veldkapel met een erg beeldbepalende ligging midden op de kruising van de Mareweg met de Molenweg.
Deze bidplaats werd wellicht gebouwd door eigenaar of pachter van de hoeve “De Roode Poorte”, want ze werd tot eind 20ste eeuw door de uitbaters onderhouden.
Een eerste vermelding van een kapel op deze plaats dateert van 1754, stenen kapel aangeduid op de Ferrariskaart (1770-1778) en op de Poppkaart (ca. 1840).
De huidige kapel dateert van ca. 1900; ze is een heropbouw van de 18de-eeuwse stenen kapel.
Binnenin vinden we er een mooi beeld van Maria met Kind.
Dit mooie kunstwerkje dat gelegen is langs de Scharebrugstraat even in het zonnetje plaatsen. In een document van 20 november 2007 werd dit kapelletje vastgelegd als religieus erfgoed.
In 1933 liet het echtpaar Emmanuel (Maantje) Lagast en Julia Van Eeghem, de bewoners van de nabijgelegen hoeve “De Sloepe”, deze kapel bouwen ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes uit dank om een bekomen genezing van hun zieke dochter Catharina.
Deze kapel in geel-rode bakstenen heeft een zeer net en verzorgd interieur. Een aanrader voor al wie daar passeert: te voet, lopend, fietsend, met de motor of per auto. je kan er, zelfs zonder woorden, even tot rust komen bij moeder Maria.
Heb je zelf nog een kapel uit je buurt in gedachten, laat het weten in een reactie op dit artikel!
Voor wie te voet naar Meetkerke trekt van uit Blankenberge of Zuienkerke is dit één van de ankerpunten: ‘De Herderskapel’ aan de Draaiboomstraat.
Dit in Mariaal blauw geschilderde houten kapelletje werd reeds circa 1850 besproken en op kaarten aangeduid. Naar verluid zou het opgericht zijn door een schaapherder van de nabij gelegen hoeve Hoeckaert, uit dank voor een genezing.
Het huidige kapelletje werd ergens halfweg de 20ste eeuw heropgericht. Uiteraard kunnen wij niet anders dan ook even stil te staan bij dit mooie Mariabeeldje midden de polders en even de begeleidende tekst te lezen: “Gij die hier passeert te peerd of te voet vereert Maria met een Weesgegroet”
Deze kapel, toegewijd aan Onze- Lieve-Vrouw en aan Sint-Rochus werd in 1938 gebouwd. Zij vervangt eigenlijk de kapel die in opdracht van de Blankenberg- se landbouwersfamilie De Schoolmeester-Roose-Lievens in 1886 op het De Langheplein (op de hoek van de IJzerstraat -waar nu een kruidenierswinkel is) gebouwd werd.
De constructie van deze kapel van 1886 gaat terug op een belofte. Toen de gevreesde pokziekte Amelie Roose in 1886 trof, beloofde de familie in geval van genezing een kapel ter ere van Onze-Lieve-Vrouw te bouwen. Amelie Roose genas, en nog hetzelfde jaar werd de kapel gebouwd.
Bij de uitbreiding van het stratennet in de jaren rond 1930 bleek de kapel een hinder te zijn. Na overeenkomst met de latere familie van Amelie werd in opdracht van stad Blankenberge een ruime neoromaanse kapel gebouwd op de huidige plaats (langs de Oudstrijderstraat).
Binnenin zie je de beelden van Onze-Lieve-Vrouw én van Sint-Ro- chus (aanroepen tegen de pest). Je ziet er ook enkele ex-voto’s en bo- ven het altaar herinnert een geschilderde banderol aan de pokziekte van Amelie Roose en aan de belofte van de familie.
Reeds eeuwen zit de visserdevotie diepgeworteld in het hart van gelovig Blankenberge. Oude documenten, verhalen en lange vertelsels over het harde bestaan van het vissersvolk staven dat.Een leven van gevaren en teleurstellingen, van lijden en zwoegen, kan niet verzwegen worden. Want, elke familie betaald onverbiddelijk, de één vroeg, de ander laat, een zware tol aan de zee.
Via de legende van het opgeviste Mariabeeldje, trokken ze landinwaarts doorheen de polders naar Meetkerke. Daar vonden ze een stukje houvast bij Onze-Lieve-Vrouw van Meetkerke. Ze vonden er een luisterend oor, een moeder, iemand die hen troostte en kracht gaf om in donkere tijden verder te gaan.Terugdenkend aan ‘de wortels van ’t steedje’ en uit respect en diepe waardering voor de voorouders trekken ook heden ten dage nog steeds opnieuw mensen traditiegetrouw naar O.L.Vrouw van Meetkerke.
De legende van Onze Lieve Vrouw van Meetkerke
Het was een mooie dag en de vissers van een Blankenbergse schute hadden al veel gevangen, maar ze zouden die dag nog iets heel bijzonders in hun netten vinden. Wanneer ze een laatste keer hun net ophaalden, lag een Mariabeeld temidden de kluts zilverig spartelende tongetjes. Met veel omhaal voeren de vissers terug, brachten het beeld aan land en droegen het naar hun kerk in Blankenberge. De parochiepriester was zeer in zijn nopjes en gaf het beeld een mooie plaats.
De volgende dag echter zag hij dat het was verdwenen. Gewoon weg. Hij kreeg er kop noch staart aan, want hij had toch het portaal van de kerk op slot gedaan en als gewoonlijk de deur van de sacristie afgesloten? Maar wonder bij wonder viste diezelfde Blankenbergse schuit opnieuw dat Mariabeeld op. Dit keer brachten ze het naar de parochiekerk van Uitkerke. Nu was het de beurt aan de parochiepriester van Uitkerke om blij te zijn. Maar hetzelfde herhaalde zich. Het beeld verdween nog voor de volgende ochtend aanbrak.
Toen de vissers het nog een derde maal opvisten, haalden ze er een jonge ezel bij, deden hem een gareel aan, bonden het Mariabeeld op zijn rug en lieten hem vrij, lieten hem stappen waar hij wilde. Het dier trok kilometers ver door de Polders en in Meetkerke bleef het stil staan, pal voor de deur van de kerk. Dat was klare taal. Het beeld werd dus in de kerk van Meetkerke geplaatst. En daar staat het nog steeds.
Deze site gebruikt cookies om uw surfervaring te verbeteren. Door verder te gaan op deze site ga je hiermee akkoord.